Michel is een paar dagen niet fit; verkouden, koortsig, vlekken/bulten op zijn hoofd en een ontstoken oog. Na bezoek aan een arts blijkt hij gordelroos te hebben en krijgt medicijnen mee. Voorlopig kunnen we de komende tijd niet naar Spanje varen. Zijn oog is flink opgezwollen en geïrriteerd zodat hij er amper mee kan kijken, slecht dag/zonlicht kan verdragen en is veel moe. Intussen pendel ik met de dinghy voor boodschappen en water, want de koelkast raakt aardig leeg en de watertank is zo goed als leeg.

Ook wil ik mijn grijze uitgroei en wenkbrauwen laten bijwerken. Ik heb op steenworp afstand van elkaar een afspraak gemaakt met de schoonheidsspecialist en de kapper. Beide spreken bijna geen Engels, ik wil ook graag mijn gezicht geharst hebben en maak dit bij de schoonheidsspecialist duidelijk met handen en voetenwerk want met hulp van de Google Translate app snapt ze er nog niks van. Ze kijkt me aan en zegt “waxing” en ik knik vervolgens “ja”. Na afloop smeert ze naar haar zeggen mijn gezicht in met sun block en vertelt in het gebrekig Engels erbij “good for your skin” niet wetende dat ik die ochtend dit al op mijn dalmatiër gezicht (lees; pigmentvlekken) heb gesmeerd. Daarna via de hoek van de straat naar de kapper, het sluit mooi aan bij de afspraaktijd. Ik mag een kleurtje uitkiezen uit het kleurenboek en ze brengt de verf driftig met de kwast aan zonder vaseline op mijn voorhoofd aan te brengen. Prima denk ik, ze heeft vast een andere techniek om het eraf te halen. Blijkbaar niet, als ze het spulletje gaat uitspoelen, boent ze er flink op los op mijn voorhoofd en haargrens. Weer terug in de kappersstoel gaat haar mobiel en ze neemt gelijk op. Ze praat nu overduidelijk geen Portugees maar Frans. En ik vraag haar later of ze Française is. Ze vertelt dat ze 20 jaar in Frankrijk heeft gewoond, naar Portugal is gekomen en het haar hier prima bevalt. Ze föhnt mijn haar en ik stap na afloop naar buiten om terug te keren naar de boot.

Na een tijdje gaat het een stuk beter met Michel. Inmiddels zijn de bulten op zijn hoofd en op zijn oog korsten geworden, het oog is minder dik en opgezwollen. Ook is hij fitter en minder moe. We genieten nog even van het Portugese leven bij Ilha da Cultatra, het heerlijke ankerleven, de natuur om ons heen, de bezoekjes aan de lokale vissersbar/restaurant en de mini-super om broodjes te halen waar iedereen ’s ochtends in zijn pyjama en pantoffels rondloopt, voordat we naar Spanje vertrekken. Het toplicht in de mast is kapot, dit wordt nog even een klusje om te doen voor we weggaan en hijs Michel de mast in. Het blijkt voor niks te zijn geweest, de volgende avond doet het mastlicht al niet meer en zit er voor Michel niks anders op om weer de mast in te gaan.

We zijn door een paar lokale bewoners/vissers op Culatra uitgenodigd om uit te gaan eten. Het is onze laatste avond. Julio, Marcelo, papa alias die ouwe en zijn maat zijn er al als we binnenkomen en nemen plaats aan onze tafel. Het is een verrassing wat we te eten krijgen. Als de grote pan op tafel wordt gezet en de heerlijke geurende dampen vrijkomen, weten we dat het goed zit. Helemaal als de deksel eraf gaat; grote stukken vis, gekookte aardappelen met heerlijke kruiden treffen we erin aan. De vis laat makkelijk los van de grote grove graat, we hebben beide geen idee welke vis we aan het eten zijn maar het smaakt verrukkelijk, het blijkt rog te zijn. Na afloop van het diner gaan we met zijn allen nog wat drinken in een andere bar bij de vissershaven. De mannen zitten aan de port en ik neem witte wijn. Het is tegen middernacht als we de bar verlaten, tenslotte willen we morgenochtend op tijd vertrekken. We nemen afscheid en varen terug naar de boot.

Het is al licht als we wakker worden en ons klaar gaan maken voor vertrek. De weer- en windgoden zijn goed gezind, maar de Aquamarijn niet zo. Zodra we Rio Formosa verlaten en op zee zijn, zetten we koers in en willen we de stuurautomaat instellen. Maar krijgen het ding niet aan de praat, vermoedelijk speelt een eerdere technische storing een rol en dienen we deze helemaal opnieuw in te stellen. Daarna doet de windmeter raar, we hebben normale wind maar hij schommelt in een paar minuten van 12, 20, 36, 48 naar 62 knopen en weer terug. Deze twee dingen na een paar uur genegerd te hebben, stuurt het roer niet goed. Michel gaat in het motorruim kijken en alle hydrauliek olie ligt eruit, deze weer bijgevuld en het roer stuurt een stuk directer. Op het einde van de middag valt de meeste wind weg en varen we enkel op de motor. Deze bereikt niet het gewenste toerental en snelheid, we vermoeden een touw of te veel pokken aan de schroef. Het water op de oceaan is zo helder dat we gelijk konden kijken wat er aan de hand zou kunnen zijn, in ieder geval geen touw. Uiteindelijk komen we laat in de avond aan in Cádiz, we varen met maximaal 4.5 knoop de baai in, harder kunnen we niet.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.